Werom

Elf steden en dertien ongelukken...(slot)

Terug naar deel 2

Maar afijn, Leeuwarden lag achter ons en we gingen op naar Bolsward. Maar waar bleef nou die afslag Bolsward? Op die hele rechte, lange, kale, winderige weg naar Dronrijp was geen bordje richting Bolsward te bekennen. En tot overmaat van ramp werden we, waarschijnlijk omdat de weg zo breed was, van alle kanten ingehaald door fris ogende sportlui die ons gnuivend achterstevoren op hun fiets aankeken. Ik weet niet wat het was, maar toen knapte er iets. En het was niet de achteras....

Ze hebben het dan altijd over de man met de hamer, ik weet nu wat dat is. Tussen Leeuwarden en Dronrijp stond een enorme man, met een enorme hamer, een moker, een "slaaie". De dreun kwam verschrikkelijk hard aan, de vragen des levens schoten door mijn hoofd en ik vroeg mij af waar ik aan begonnen was. Mijn maat moest ongetwijfeld iets merken van deze overpeinzingen, want hij probeerde mij op alle mogelijke manieren op te peppen. Helaas, zonder resultaat. Zwijgzaam maakte ik mijzelf allerlei verwijten. Waarom altijd toegeven aan gekke ideeën, waarom jezelf zo afmatten terwijl je nooit getraind hebt?

We moesten van de fiets, ik hield het niet langer! Toen we Dronrijp waren binnen gepeddeld, fietsen kon je het nauwelijks meer noemen, lieten wij ons op een groen grasveldje ter aarde vallen. De toeschouwers zullen wel gedacht hebben: wat zijn dat voor 'knoffelhakken..." Maar ook zij bleven zwijgen. Als er ergens nood in de wereld is, worden er allerlei acties op touw gezet, worden de beurzen getrokken. Maar als er zich voor hun ogen een klein drama afspeelt, kijken ze zwijgzaam toe. We voelden alle spieren. Zelfs op de meest vreemde plekken, spieren waarvan alleen fysiotherapeuten de naam uit kunnen spreken. De tas werd over de kop gegooid en als uitgehongerde wolven stortten wij ons op de kleine chocoladereepjes. Door mijn hoofd gonsden de woorden van schoonmama: goed eten, goed eten, menigeen heeft de finish niet gehaald omdat.... Toen ik daar languit in het grasveld lag, meende ik even dat er een transportfiets langs kwam, ik kreeg zelfs last van waanideeën, de man uit Dokkum met de hamer op een transportfiets vol macaroni...

Eigenlijk wilden we daar de rest van de dag wel blijven liggen, maar we moesten doorzetten. Stel je voor dat we nu opgaven, hoe zou dan het dorp reageren? De achting zou dalen als de Dow Jones-index op Wallstreet. Als we nu de strijd staakten, zou ik nooit meer in Hantum durven te verschijnen. Jarenlang zou ik eraan herinnerd worden. Bovendien zouden wij van het dorpsbelang ook geen herinneringstegel ontvangen, iets wat gebruikelijk is bij het volbrengen van de elfstedentocht. Na deze weldadige rustpauze hesen wij ons weer op de tandem, die nu wel heel vervaarlijk begon te kraken. Even dacht ik dat het de spieren waren... Na Dronrijp werd het iets aangenamer, maar zoals de eerste kilometers zou het nooit meer worden.

Wat is Bolsward dan ver weg! Door de meest onbeduidende dorpjes kronkelden wij richting start- en finishplaats. Overal mensen, overal toeschouwers, maar wij merkten ze niet eens. Laat staan dat zij ons aanmoedigden. Nee, zij zaten prinsheerlijk in de tuin achter een biertje of een kopje koffie. Er zaten zelfs enkele toeschouwers te barbecuen. Dat noemt men nou de kat op het spek binden... Nog erger werd het toen wij vlak bij Bolsward fietsers tegen kwamen die de ronde al volbracht hadden en huiswaarts fietsten. Klaar en dan ook nog naar huis fietsen? Waren wij dan zulke softies?? Doortrappen, de dood of de gladiolen!

Via de Libertel had mijn maat, die ook in alle staten behalve de goede verkeerde, afgesproken dat zijn vriendin en haar ouders ons vlak bij Bolsward op een kruispunt zouden opwachten. Natuurlijk was dat, alsof ze het met opzet deden, het laatste kruispunt voor Bolsward. Ze zagen het aan mijn petje dat wij het waren, tenminste dat zeiden ze, volgens mij zagen ze het aan ons tempo. We werden warm onthaald en een complete picknick werd voor ons ingericht. Droge worst, bananen, koffie, thee, alles wat we maar wensten. En schoonpapa ons maar coachen en oppeppen. "Kom op jongens, volhouden, jullie zijn al op de helft..." Mijn maat had zich zwijgzaam in een luie stoel laten vallen en sloeg elk aanbod van schoonmama af. We konden niet meer en mijn maat wilde al opgeven. Maar de "peptalks" van schoonpa misten hun uitwerking niet. Met vereende krachten hesen wij ons weer op de fiets, die nu wel heel vreemde geluiden maakte. Het kon ons allemaal niks meer schelen, kraken, piepen, schokken, ach het kon er allemaal nog wel bij.

Maar er gebeurde een klein wondertje! Nadat wij in Bolsward gestempeld hadden, keerde het tij. Het humeur steeg weer tot boven nul, de zon kwam door de wolken en we gingen richting Gaasterland! Het mooiste stuk van de tocht lag voor ons en we haalden het nu ongetwijfeld! De fiets in de derde versnelling en zingend gingen we richting Nijland. De dip was voorbij, wat had schoonma in de droge worst gedaan? En schoonpa kon wel trainer van Utrecht worden...

Maar zoals vaak sloeg toen het noodlot toe. Met een enorme knal schoten de pedalen door en wij trapten in het luchtledige. Geen contact meer met het achterwiel, was het ketting eraf? We stapten af, maar we konden geen van beide iets aan de fiets ontdekken. Nog brak er geen paniek uit. Er reden immers allemaal van die volgautootjes mee? Met daarin gespecialiseerde rijwielmonteurs met allerlei onderdelen. Niet dus. Het eerste het beste autootje hielden we aan. Een gedrongen mannetje met pikzwarte handen stapte uit en keek bij voorbaat al bedenkelijk. Hij tilde het achterwiel op en draaide veelzeggend aan het wiel. "Versnellingsnaaf kapot mannen", zei hij toonloos. Ik wees vol goede moed op de welgevulde laadruimte van zijn busje, maar hij schudde met zijn hoofd: "Ik heb geen onderdelen voor deze fietsen bij me, alleen maar naven, banden en kettingen voor sportfietsen. Het spijt me, jullie moeten terug naar Bolsward en zoek daar maar een fietsenmakker..." Welja! Alleen maar onderdelen voor die dure fietsen, de gewone man wordt weer de dupe. De rijwielhersteller spoot tegen beter weten in toch nog wat wonderolie in de achteras, en ging er snel vandoor.

Ik snap ook wel waarom, nog maar nauwelijks weer op het zadel of een tweede, nu fatale knal maakte een einde aan al onze illusies. Dag elfstedentocht. Over en sluiten. Terug naar Bolsward, een half uur lopen en dan nog een fietsenmaker opzoeken. Laat maar zitten. Dat kost ons wel twee uur, dan halen we het nooit meer. Zwijgend liepen wij richting Bolsward. Alles was geknapt: de achteras, het moreel en alles wat er in een mens maar kan knappen. Het is dat we de tandem hadden gehuurd, anders was deze in een of andere Bolswarder vaart verdwenen. Een half uur zwijgzaam teruglopen naar Bolsward was op zich al een prestatie, maar daarvoor krijg je geen medaille.

Terug bij de auto belde de vriendin van mijn maat. Zij zaten ergens bij IJsbrechtum ons ongerust op te wachten. Teleurgesteld vertelde mijn maat van onze ondergang. Tijdens de terugweg herstelden we weer een klein beetje, de sport is hard, Jos Verstappen haalt de finish ook nooit en het leven gaat door. We bespraken samen hoe we ons uitvallen aan het dorp kenbaar zouden maken zonder dat we af zouden gaan. We besloten dat ik een verhaal zou schrijven, in drie delen waarin ik het zou voordoen alsof we het ontzettend zwaar hadden gehad, zodat dorpsgenoten medelijden met ons kregen en dat daardoor de werkelijke reden van het niet uitrijden van de elfstedentocht naar de achtergrond verdween. Want wees nou eerlijk, zo'n tocht uitrijden is toch een makkie!!

Epiloog: Elf steden en dertien ongelukken


Werom